Pagina's

woensdag 30 september 2015

Welkom maanmeisje



Lieve Lova, (wat een prachtige alliteratie is dit toch!)

Welkom! Zondag 27 september 2015 was de dag die jij koos om ons te vervoegen. Een wel heel bijzondere avond. Terwijl jij jouw eerste levenskreet slaakte, was jouw nonkel naar de maan aan het staren. En niet zomaar een maan. Een supermaan. Een bloedmaan ook. De aarde bevond zich immers tussen zon en maan waardoor we konden genieten van een heuse maansverduistering. En terwijl de volle maan haar zijdeglans wierp op een buitenaards landschap in Zuid-Portugal kwam jij op deze wereld. Weg uit dat warme nest waarin mama Lisette jou 9 maanden koesterde, recht in een ander warm nest. Onze familie. 

Maar ach, wat brabbel ik toch allemaal? Het is misschien nog veel te vroeg om het over alliteraties en maanconstellaties te hebben. Om de liefde voor taal en muziek te delen. Om samen lange wandelingen te maken en jou onder te dompelen in de magie van deze wereld. Om te dansen en te zingen. En om jou het verhaal van die bijzondere nacht te vertellen. Jouw eerste nacht.

Ja, het is inderdaad nog wat te vroeg hiervoor. Voorlopig wil ik je vooral verwelkomen. Nog even van op afstand, maar binnenkort van heel dichtbij. Met zachte kusjes en een warme knuffel. Deel uitmakend van dat warme nest. En er is meer. Ik wil er ook zijn bij jouw eerste tandjes. Jouw eerste stapjes. Jouw eerste vallen en opstaan. Ik wil er graag zijn tijdens momenten van vreugde en momenten van verdriet. Om samen dit grote avontuur te delen. Het avontuur van het leven. Jouw leven. Lova betekent trouwens zoveel als ‘belofte’. En dit is mijn belofte aan jou. Voor altijd.

Wees dus welgekomen lieve Lova. Wees welkom lief maanmeisje.

Liefs
Nonkel Jens

woensdag 1 juli 2015

Gekrijs in de nacht

Woensdagnacht. Met 'n glas sangria in de hand en alle ramen en deuren wagenwijd open probeer ik eindelijk nog eens een blogbericht in elkaar te boksen. Waarover zal ik het hebben? Hoeveel van mijn avonturen van de afgelopen maanden wil ik delen? Hoeveel updates ben ik mijn lezers verschuldigd? Heb ik überhaupt lezers? En doet dat er feitelijk toe? Laat ik het vooral simpel houden. De nacht. Daar gaat het over.

Een half uur geleden deelde ik deze ruimte nog met een tiental jonkies. Studenten uit Wales en Engeland vooral. De dochter van de voormalige directeur van A Rocha Portugal ook. En de zoon des huizes. Een handvol meisjes, een handvol jongens. Vreemdelingen een paar weken geleden, mijn gemis vanaf morgen. Want ze vertrekken. Het stormvogeltjesseizoen zit er weer op. Tweehonderdentien zwartwitte 'zeezwaluwen' werden uit netten geplukt en vakkundig van een ring voorzien. Voor 't leven. Want dat was de reden voor de change-over de afgelopen maand. Voor de drukte, soms al iets gezelliger dan anders. Voor het leven in Cruzinha 2.0. Slaapdronken nachtraven bij het middagmaal, privacy die smolt als sneeuw voor de zon, contact met vrienden dat op een lager pitje gezet werd, smartphoneverslaafde jeugd hangend in de zetel, zeeziekte tijdens de boottochten, landziekte voor ondergetekende, ...

We schrijven enkele weken terug, mijn tweede nacht op de klif. Een vrije nacht voor de groep is mijn tweede kans. Een kans op een slapeloze nacht, creperend op harde rotsen en met het duizendvoudig versterkt gekrijs van zeevogels in de oren. Wie zou daar niet voor tekenen? Een topteam bestaande uit Renate, Rob, Lieske, Zé en ikzelf hijst zich in rugzakken en sloft richting strand. Burgau. Also known as de klif. Dé klif. Ons reisgezelschap bestaat uit de flamboyante Portugese en de al even flamboyante Britse (of moet ik nu Welsche zeggen?) professoren uit Cardiff, een Nederlandse medewerkster, een zoon des huizes en een verloren gelopen Belg. Even verscheiden als 'the fellowship of the ring'. Onze groep dient zich eerst nog een dik kwartier over onstabiel terrein te begeven. Niet vanzelfsprekend met een zwakke enkel en een knoert van een megafoon aan een draagriem over de schouder. Mistnetten die als uit het niets verschijnen. Dit team rocks baby. Het is gerodeerd, geolied. En toch kennen we elkaar nauwelijks. Of moet ik zeggen: 'Dit team rocks baby. Omdat we elkaar nauwelijks kennen'? Een ontspannen sfeer heerst. Even later galmt muziek over de kliffen. Een streepje balkan, een streepje 'I need a dollar' en een streepje Dire Straits. Romeo en Juliet-gewijs. Er wordt knullig gedanst, verlegen, met de blik op de grond gericht. Zo goed kennen we elkaar namelijk niet echt. En toch heeft het iets. Iets bevrijdend.


De nacht valt, de iPod wordt vervangen door de fameuze stormies-soundtrack. Een gekrijs van jewelste, om de zoveel minuten onderbroken door een zeer korte pauze (die op zich nog zenuwslopender is dan het gekrijs zelf) wordt uitgestuurd over zee. De posities worden ingenomen, een eerste koffie- en theepauze georganiseerd. Zacht gekeuvel onder de sterren. Over koetjes en kalfjes. Maar ook over het leven. Diep. Af en toe afgewisseld door stiltes. In stilte vallende sterren aanwijzen. De maan zien opkomen uit zee. Het doet me wat. De zoute lucht die zich vastzet op je gezicht, een zilveren waas over de kabbelende golven. In spanning afwachten. En dan zijn ze daar plots. Als pluizige tennisballen worden ze onze netten in gekeild. Alsof ze vanuit zee met katapulten richting kust gekatapulteerd worden. Verrassend klein, met moeite passend in één hand. Schattig piepend. Soms je mouw volledig onderkotsend. Telkens dat gebeurt verspreid zich een penetrante, vissige geur. En er wordt met groot plezier naar uitgekeken. Met z'n drieën op de buik op de rotsen, kots in potjes lepelend. Gejuich wanneer een waterpissebed ontwaard wordt. Gekken zijn we. Plots stelt Rob me de vraag of ik ook een van de Stormvogeltjes wil ringen. Mijn hart roffelt. Even later zit ik over 'mijn' Stormvogeltje heen gebogen, nauwkeurig vleugels en poten metend. Ringetje rond de poot. Broedplek en leeftijd checken. Even ondersteboven de pot in voor 't gewicht. En dan mag ik het beestje een naam geven. Even weet ik niet goed wat gezegd. 'Marianne': krijg ik er na enkele seconden uit gestameld. Nog eens dertig seconden later zit ik naast 'mijn' Marianne op de rotsen. Een oogje in het zeil houdend bij de take off. En zoef, daar gaat ze, de donkere nacht in. De lange tocht richting Schotland verderzettend. Vastberaden om zich geen twee keer te laten vangen. Letterlijk.

Stormvogeltje ready for take off

De uren rijgen zich aan elkaar, de soundtrack wordt afgezaagd, de vermoeidheid slaat met mokerslagen toe. Ook 'Gloria', 'Amber' en 'Sara' kiezen het ruime sop. En plots wordt het licht aan de einder. Even snel als de netten opgezet werden verdwijnen ze alweer. Het team staat nog steeds paraat, zij het in iets minder frisse toestand. Een selfie bij de opgaande zon. Vijfentwintig vogels hebben we er uitgesleurd. Een topnacht. Op de terugweg wordt een voorraad Pasteis de Nata ingeslagen, terwijl de soundtrack van 'Into the Wild' door de auto galmt. Op een vreemde manier verbonden met elkaar. Uitgeput maar voldaan. Voelen dat je leeft. Geweldig...

Stormies dus. En het leven in Cruzinha 2.0. Tja, morgen is het voorbij en kan het gemis beginnen. En de verwerking van de vele leuke herinneringen. De gedeelde momenten, de herwonnen rust. Dankbaar. Het leven in Cruzinha 3.0? Dat kan alleen maar beter worden toch? Laten we er maar gauw aan beginnen. De nachtvlinderval staat aan vannacht. Werk aan de winkel dus. De plicht roept. Het bedje nog veel meer.

Slaapwel.

dinsdag 14 april 2015

Anti-heimwee



In Tunes stap ik met een zwaar gemoed van de trein. Het weeë gevoel dat ik de dag ervoor al had ervaren is terug. Sombere wolken en een lichte motregen zorgen voor een aangepaste sfeer. Ik ben onderweg naar Braga, in het uiterste noorden van het land, voor mijn ‘on-arrival-training’. Het land leren kennen, verhalen met andere EVS’ers delen, een lezing over mijn rechten en plichten als vrijwilliger,… Eerlijk? Ik heb er geen zin in. Ik heb geen zin in verandering. Ik wil niet weg uit mijn cocon die de Algarve is. Ik wil er bij zijn als de andere Bijeneters arriveren. Ik wil Brilgrasmussen en Draaihalsen op trek zien. Ik wil Hannah’s laatste dagen delen. Ik wil elke dag omringd worden door Portugees en Portugezen. Wat moet ik met een hoop Hongaren, Italianen en Duitsers? En wat moet ik in hemelsnaam in een hotel gaan uitsteken? Portugal leer je kennen op straat. Niet voor een flipchart met een groep buitenlanders. Toch? 

Ik heb heimwee. Niet naar België, niet naar Vlaanderen, niet naar Gent. Ik heb heimwee naar Cruzinha, naar A Rocha, naar Roodstuitzwaluwen, naar Melosa, zelfs naar stoofpotten met Kabeljauw. Naar Bébé en Paula, die als een tweede en derde moeder voor me zijn. Naar Marcial die een goeie tweede vader zou kunnen zijn. Naar Gui, mijn oudere broer en naar Hannah, Lieske en Amy die elk op hun manier als zussen voor me zijn. En ik ben nog maar twee uurtjes weg van huis. Dat beloofd. 

Met z’n zestienen zijn ze. De Chirogrieten die hier wat verderop in de trein zitten te wauwelen en knauwen in het West-Vlaams én in het Kempisch. Lang, blond en bleek. Met groene, grijze of blauwe ogen. Het deed me wat, om plots weer zoveel Vlaams te horen (buiten die dagen die ik in het Vlaams gepraat heb met mijn ouders die hier op bezoek waren). En toch ben ik ze niet gaan opzoeken. Want ze zijn me wat te lang, te blond en te bleek. Waar zijn die ravenzwarte haren? Die Moorse invloeden? Die donkerbruine kijkers, die onpeilbaar diep in je ziel kunnen boren? Geef mij maar het Algarviaans en het Alentejaans gewauwel en geknauw.

Of misschien moet ik het maar anti-heimwee noemen? Of onvoorwaardelijke liefde? Voor Portugal, Portugees en voor Portugezen. Ik mis mijn vrienden. En dan heb ik het eerlijk gezegd niet over Mattias, Iris, Thijs, Jana, Lorelei, Sanne, Sofie, Ilf en al die andere mooie mensen die ik in België achtergelaten heb. Het spijt me lieverds. Ik bedoelde Alexandre, Filipe, Sara, Andreia, Marta, Pedro en zoveel andere mooie mensen hier. Waar is toch die onvoorwaardelijke liefde voor Gent en zijn inwoners gebleven? Geparkeerd. Geklasseerd. Het is de schuld van Portugal. Het land dat me opgeslokt heeft. Met huid en haar. Niet dat ik het erg vind. Integendeel. Ik geniet van de onderdompeling. Ik geniet van dit land.

Enkele weken geleden stuurde Marianne me een schitterend boek. ‘Portugal’. Een semi-autobiografische striproman. Een aanrader van formaat. Maar om er echt ten volle van te kunnen genieten? Daarvoor moet je even in de schoenen van de auteur gaan staan. Of in de mijne. 

‘Ik slaag er amper in om met ze te communiceren. Een paar zinnen in gebroken Engels … en verder gebaren, soms versterkt met de nodige mimiek. Deze summiere taal, beperkt tot de essentie, hoe frusterend ook … verplicht ons wel het beste van onszelf te geven. Subtiele nuances, die in je eigen taal domheid of jaloezie kunnen verraden, worden hier uitgewist. Ik zie enkel hun glimlach. Ik luister naar ze, in een illusie van vertrouwdheid … Alsof ik hen altijd heb gekend. Ik kijk naar hen … en stiekem houd ik van hen. In hun gezichten herken ik beelden uit mijn kindertijd. Neven die luidop lachen … Een tante van wie ik de naam ben vergeten ben … die deze taal spreken, zo teder en zoet. Al die losse flarden van herinneringen … overwoekerd voor het onkruid van de tijd … Het zat hier.  Binnenin mij. Maar ik was het vergeten.’ – Cyril Pedrosa, Portugal

woensdag 4 maart 2015

Life is a playground

Vanavond zag ik een topfilm. 'Locke'. Met een e. Eén man, één auto, een 85 minuten durende autorit. Een leven dat verandert. Van het ene moment op het andere. In 85 minuten vermorzeld en verbrijzeld wordt. Maar ook opnieuw opgebouwd. Een leven dat opnieuw vorm krijgt. Een nieuwe richting uitgaat. Een nieuwe keuze.

Het blijft in mijn hoofd spoken. Keuzes. Het zijn rotkrengen waar we allemaal elke dag mee in contact komen. Kleine keuzes en grote keuzes. Makkelijke en moeilijke. Het leven kan een strijd zijn. Een puinhoop. En door middel van keuzes laveren we onszelf doorheen het schroot. Proberen we roestige nagels en vermolmde planken te vermijden. Proberen we heelhuids aan de overkant te raken. In de hoop dat alles hetzelfde kan blijven. Een illusie. Want zijn we niet haast onopgemerkt weggedreven? Van wat we kenden, wie we waren? Pogen we niet altijd de persoon te worden die we altijd al graag wilden zijn, maar wellicht nooit zullen worden? Waarom is het toch zo moeilijk om stil te staan bij het nu? Waarom klampen we ons het ene moment krampachtig vast aan wat ooit was en streven we het volgende naar een onnavolgbaar droombeeld over de toekomst? Waarom vergeten we zo vaak dat moment ertussen. Het enige moment dat geleefd kan worden? Het nu.

En waarom hebben we zoveel schrik om keuzes te maken? We zijn als de dood om de verkeerde keuze te maken. Soms is de schrik om de juiste keuze te maken zelfs nog groter. Verstikkend. Ook ik heb er last van. Ik ben een kind van de generatie Y. Een twentiesomething. Verwend en verwaand. De wereld aan de voeten. Keuzes te over. Keuzes die schouders doen kraken. Kruispunten in het leven, dag na dag.

De voornaamste schrik is dat keuzes onomkeerbaar zijn. En dat zijn ze ook. Eens een bepaalde weg ingeslagen is, is er geen weg meer terug. Het moment is voorbij. Behoort al tot het verleden. Een voldongen feit. Een keuze. Definitief. En toch bestaat er een manier om de dingen 'goed' te maken. Want naast de hoofdwegen die in kruispunten uitmonden zijn er ook zandwegen en grindpaden. Op het eerste zicht misschien minder makkelijk begaanbaar. Maar ze zijn er. Als je het maar hard genoeg wil. En als je het maar hard genoeg durft. Zandwegen en grindpaden die kunnen leiden naar kruispunten van weleer. Zodat een oude keuze herzien kan worden. Ook al liggen de kaarten nu alweer anders natuurlijk. Heeft de tijd zijn tol al geëist. Is het moment van weleer lang vervlogen. Maar maakt dat een nieuwe keuze minder waardevol? Minder echt? Is de overwinning van het maken van een juiste keuze minder zoet, alleen maar omdat ze wat uitgesteld werd?

Of moeten we niet gewoon wat meer ontspannen in het leven proberen staan? In het hier en het nu? Om het met een quote uit de film 'Mr Nobody' te zeggen: 'At my age the candles cost more than the cake. I'm not afraid of dying. I'm afraid I haven't been alive enough. It should be written on every school room blackboard: Life is a playground - or nothing.'

Vijf jaar geleden maakte ik een keuze. Ik ploeterde me intussen overheen heel wat zandwegen en grindpaden. Om een nieuwe keuze te maken. Rijker en ouder. En nu? Nu trek ik richting speeltuin. Het leven is zo al kort genoeg.

dinsdag 3 februari 2015

Een maand in cijfers


Het is zover. De eerste vier weken zitten er op. Op de kop 28 dagen geleden strompelde ik uit het vliegtuig, snoof ik de heerlijke geuren van de Algarve op en zette ik mijn tanden in mijn allereerste Pastel de Natas. Vier weken later is het tijd voor een overzicht. Een overzicht in cijfers welteverstaan.

Um
Een nieuw leven, een nieuw land. Een leven in een land waar de meeste maaltijden bestaan uit 300 gram vlees én vis per persoon en waar ze meer dan duizend recepten hebben om Kabeljauw klaar te maken. Tevens een land dat meer vegetarische restaurants per duizend inwoners kent dan België. Een land ook met gevaarlijke gekken op de baan. En gevaarlijke gekken náást de baan. Wie rijdt dan ook met paard en kar op de  hoofdweg van de provincie? En wie doet hetzelfde met een longboard? Juist ja, gekken. 

Dois
‘Eanes’. Zo wordt ik hier door de doorsnee Portugees in huis aangesproken. Als je mijn naam op deze manier schrijft klinkt het als ‘Jensch’. En das meteen ook het dichtste dat ze bij de juiste klank kunnen geraken. Het is alleszins een pak beter dan de ‘Jan’s’ of de ‘Yen’s’ die ik hier normaal gezien naar mijn hoofd geslingerd krijg. Een tweede bijnaam die blijft hangen is ‘d'Artagnan’. Een naam die ik zo’n kleine maand geleden kreeg, bij mijn eerste ontmoeting met Collin, een vriendelijke, maar soms grofgebekte Engelsman. De exacte reden blijft me tot op heden volkomen onbekend, maar ik vermoed dat het iets te maken heeft met m’n baardgroei én het feit dat we hier met z’n drieën (Drie Musketiers, remember?) gearriveerd zijn. 

Três
Drie honden is dit huis rijk. Eerst en vooral is er de senior, Bobby, die zo oud is dat hij nauwelijks op z’n poten kan blijven staan (wat erg vervelend is als hij je super enthousiast volgt wanneer je er op uit trekt en halfweg bekaf neerzijgt). Tweede in rang is het teefje, Linda. Die is niet alleen zo knap als haar naam aangeeft, maar ook de snuggerste van het trio. De jongste telg, tevens de grote loebas van de kliek, heet Aslan. Zo groot als ie is, zo lomp kan hij soms uit de hoek komen. Er gaat hier geen week voorbij of we moeten hem uit het café in het dorp halen of een koppel Flamingo’s uit zijn klauwen redden. Honden. Ze brengen leven in de brouwerij. Zoveel is zeker…

Quatro
Veel wandelen, blokske (of beter gezegd, schiereilandje) rondlopen, mountainbiken én ’t longboard uithalen. Het mag op zich allemaal niet zo bijzonder lijken, maar mijn vastgeroeste lichaam heeft er wel deugd van. De scheenbeenvliesontsteking ligt echter op de loer en mijn vermorzelde enkel werkt ook van tijd tot tijd serieus tegen. Evenwicht zoeken is de boodschap. Niet gemakkelijk.

Cinco
Vijf. Vijf nationaliteiten in één huis. Enkele Portugezen, een Nederlandse, een Fransman, en koppel Engelsen en één Belg. We vormen een kleurrijke bende. Niet altijd even gemakkelijk. Wel altijd veelzijdig en boeiend. Hilarische versprekingen, vervelende misvattingen. Europa op een zakdoek.

Sete
Zeven soorten dagvlinders heb ik er hier al uit gesleurd. En dat terwijl het nog volop winter is. Dat beloofd voor de echte lente. Overdag dagvlinders, ’s nachts motten. Het leven is hier zwaar. Topper tot nog toe? Een reusachtige Monarchvlinder in de wegberm. Genieten!

Doze
Twaalf dagen. In de afgelopen 4 weken hebben we 12 regendagen gehad. Twaalf zeg ik u! De temperaturen mogen hier dan wel een tikkeltje hoger liggen dan die in het verre België, door de aanhoudende regen van de afgelopen twee weken voelt het hier fris aan. Waar ik de eerste dagen de bezorgde blikken naar mijn ontblote armen nog weg lachte, des te instemmender klinkt mijn “Esta muito frio hoje!” dezer dagen. Tijd voor muts en sjaal? Of toch maar zelf leren breien?

Vinte e um
Zeven keer drie. Eénentwintig. Het aantal geplantte Artisjokzaden van het pakje dat Marianne me nog snel toestopte bij het vertrek. Toevertrouwd aan Moeder Aarde. Goed op weg gezet met een flinke schep compost. In de hoop deze zomer Artisjokkensalades in elkaar te kunnen draaien. Lekker!

Setenta
Zeventig uren. Gespendeerd aan blog, mail en facebook. Minstens. De wereld vertellend wat ik hier aan het uitspoken ben. Tijd die ik niet écht hier was. Tijd om wat meer los te laten. Tijd om wat meer hier te zijn. Portugal. Mijn tweede thuis.

Cem e três
Honderd en drie aantal vogelsoorten. En dat voor een insectenliefhebber. Maar ook de lijst van gedetermineerde plantensoorten wordt langer en langer. En de bijencollectie groeit. En de nachtvlinders. En…
Eerlijk? Het voelt enorm bevrijdend om niet meer allen Mr. Bee te zijn. De goesting is er. Goesting om alles te doen. Alles te leren kennen. Alles te onderzoeken. Dit land binnenstebuiten te keren. Goed begonnen is half gewonnen toch? ’t Zal nodig zijn. Want er is nog werk aan de winkel. Véél werk.

Laat die nieuwe maand maar komen. Ik heb er zin in!

donderdag 29 januari 2015

Equilíbrio

Equilíbrio. De titel van dit nachtelijke schrijfsel is het Portugees voor 'evenwicht'. Maar je hoeft natuurlijk geen groot linguïst te zijn om dat uit te vlooien. Evenwicht dus. Maar het had evengoed 'diversiteit' kunnen zijn. Of 'ontnuchtering'. Zelfs 'settelen' had gekund.

De afgelopen twee weken zijn voorbij geraasd. Het leven gaat hier wat trager dan in ons koude kikkerlandje, maar de dagen lijken net sneller voorbij te vliegen. Een tijdsgerelateerde contradictio in terminis zoals dat heet. De stress heb ik hier al enkele keren voelen opkomen. Stress in een stressloze omgeving. Je moet het maar kunnen. De vele nieuwe impressies die enkele weken geleden alleen als positief ervaren werden hebben intussen ook hun schaduwzijde blootgegeven...

Ik ben moe. Ik ben 'het' misschien soms ook wel moe. De nieuwigheden, het sociale, de diversiteit. Niet zozeer de diversiteit aan alles wat hier rondkruipt, -springt, en -vliegt, maar wel de diversiteit aan talen, culturen, meningen en persoonlijkheden. Het maakt het leven hier enerzijds boeiend en anderzijds soms verstikkend ondraaglijk. Het leven in een gemeenschap als die van A Rocha kan zwaar uitvallen. Het evenwicht zoeken is soms als balanceren op een slappe koord. Moeilijk.

Het doet je ook sterk nadenken over het leven. En over jezelf. Over je verleden. En over waar je morgen wil staan. En volgende week. Hoe jij jezelf verhoudt tot andere mensen. En of dat ook effectief is wat je aankan. Ja, ik ben gek op nieuwigheden. Altijd al geweest. Gemakkelijk afgeleid ook. Maar trop? Dat is teveel. Sociaal dan? Natuurlijk wel. En net daarom is donderdag mijn favoriete dag van de week. Visitors day. Nieuwe mensen leren kennen. Boerinnenbondgewijs. Een zwerm oudjes om je heen. Een babbeltje over vogels, over vlinders en over bijen. Wat gekken over de meisjes met 70-jarige knarren. Wat toekomstplannen maken ook. Gezellig tafelen met z'n vijftien. Maar erna? Erna zou ik soms graag in een diepe, koele put willen kruipen. Me even afsluiten van de wereld. Tot innerlijke rust komen. Om weer volop van de diversiteit te kunnen genieten. Een koppel Engelse gibbermeiden, een zwijgzame Fransman, een Portugese jongedame met prinsesallures, een lange Portugees met een apart gevoel voor humor, ... Ik heb ze lief. En soms zou ik ze graag een dag of twee niet moeten zien. Maar daarvoor zijn de weekends uitgevonden zeker?

Evenwicht dus. Belangrijk op het longboard, op de fiets, bij het jongleren en in het leven in het algemeen. Een altijddurende opdracht. Een spel van vallen en opstaan.

"Lieverd, neem je jouw slackline mee? Kunnen we lekker samen balanceren. En die lijn? Die zetten we superstrak."

No doubt.

zondag 18 januari 2015

The Road

We schrijven dinsdag 6 januari. 's Ochtends vroeg. Maar dan ook echt vroeg. Té vroeg in feite. Marianne en ik zoeven over de snelweg richting Charleroi. Richting vliegveld. En ook al een beetje richting Portugal. Slaapdronken. En met een kleine knoop in de maag omwille van het nakende afscheid. Met lodderogen waar zelfs de loeiharde beats van Stromae nauwelijks verandering in kunnen brengen. Eerste afslag gemist, tweede keer verkeerd gereden. De digitale klok tikt genadeloos verder. Charleroi Airport aka Brussels South. Eindelijk. En ook: 'nu al?'.

Twaalf minuten wandelen tot de hal. Gigantische rijen aan de incheckbalie. De knoop in mijn maag, die zich hier al enkele dagen genesteld had, en die bij elk afscheid weer wat strakker getrokken werd, staat zo strak als een vers gespannen vioolsnaar. Het longboard. Volledig ontmanteld, wielen netjes opgeborgen onderin de rugzak. Een plank. Meer is het niet. Als 'een klein instrument zoals een gitaar, cello of viool' mee mag, kan dit geen enkel probleem opleveren, toch? Security hier, security daar. Vasttapen aan de rugzak dan? Of weegt ie dan teveel? Bijbetalen? Thuislaten? Vlucht missen? De adrenaline giert door mijn lijf. En diezelfde klok blijft genadeloos verder tikken.

En al die tijd ben jij daar. Meestressend. De knoop delend. En zoveel meer. Dat mijn plank, wielen én ikzelf hier geraakt zijn heb ik ook aan jou te danken. En zoveel meer. En daarvoor wil ik je bedanken. Liefhebben ook. Zoveel meer.

Vandaag deelden we een eerste tripje. Mijn board en ikzelf. Maar ook jij was erbij. Diep weggestoken hier vanbinnen. Deze beelden zijn dan ook voor jou. Ik heb heel erg genoten van de tocht vandaag. Ik hoop dat jij er evenveel van geniet...

Liefs.