Pagina's

woensdag 1 juli 2015

Gekrijs in de nacht

Woensdagnacht. Met 'n glas sangria in de hand en alle ramen en deuren wagenwijd open probeer ik eindelijk nog eens een blogbericht in elkaar te boksen. Waarover zal ik het hebben? Hoeveel van mijn avonturen van de afgelopen maanden wil ik delen? Hoeveel updates ben ik mijn lezers verschuldigd? Heb ik überhaupt lezers? En doet dat er feitelijk toe? Laat ik het vooral simpel houden. De nacht. Daar gaat het over.

Een half uur geleden deelde ik deze ruimte nog met een tiental jonkies. Studenten uit Wales en Engeland vooral. De dochter van de voormalige directeur van A Rocha Portugal ook. En de zoon des huizes. Een handvol meisjes, een handvol jongens. Vreemdelingen een paar weken geleden, mijn gemis vanaf morgen. Want ze vertrekken. Het stormvogeltjesseizoen zit er weer op. Tweehonderdentien zwartwitte 'zeezwaluwen' werden uit netten geplukt en vakkundig van een ring voorzien. Voor 't leven. Want dat was de reden voor de change-over de afgelopen maand. Voor de drukte, soms al iets gezelliger dan anders. Voor het leven in Cruzinha 2.0. Slaapdronken nachtraven bij het middagmaal, privacy die smolt als sneeuw voor de zon, contact met vrienden dat op een lager pitje gezet werd, smartphoneverslaafde jeugd hangend in de zetel, zeeziekte tijdens de boottochten, landziekte voor ondergetekende, ...

We schrijven enkele weken terug, mijn tweede nacht op de klif. Een vrije nacht voor de groep is mijn tweede kans. Een kans op een slapeloze nacht, creperend op harde rotsen en met het duizendvoudig versterkt gekrijs van zeevogels in de oren. Wie zou daar niet voor tekenen? Een topteam bestaande uit Renate, Rob, Lieske, Zé en ikzelf hijst zich in rugzakken en sloft richting strand. Burgau. Also known as de klif. Dé klif. Ons reisgezelschap bestaat uit de flamboyante Portugese en de al even flamboyante Britse (of moet ik nu Welsche zeggen?) professoren uit Cardiff, een Nederlandse medewerkster, een zoon des huizes en een verloren gelopen Belg. Even verscheiden als 'the fellowship of the ring'. Onze groep dient zich eerst nog een dik kwartier over onstabiel terrein te begeven. Niet vanzelfsprekend met een zwakke enkel en een knoert van een megafoon aan een draagriem over de schouder. Mistnetten die als uit het niets verschijnen. Dit team rocks baby. Het is gerodeerd, geolied. En toch kennen we elkaar nauwelijks. Of moet ik zeggen: 'Dit team rocks baby. Omdat we elkaar nauwelijks kennen'? Een ontspannen sfeer heerst. Even later galmt muziek over de kliffen. Een streepje balkan, een streepje 'I need a dollar' en een streepje Dire Straits. Romeo en Juliet-gewijs. Er wordt knullig gedanst, verlegen, met de blik op de grond gericht. Zo goed kennen we elkaar namelijk niet echt. En toch heeft het iets. Iets bevrijdend.


De nacht valt, de iPod wordt vervangen door de fameuze stormies-soundtrack. Een gekrijs van jewelste, om de zoveel minuten onderbroken door een zeer korte pauze (die op zich nog zenuwslopender is dan het gekrijs zelf) wordt uitgestuurd over zee. De posities worden ingenomen, een eerste koffie- en theepauze georganiseerd. Zacht gekeuvel onder de sterren. Over koetjes en kalfjes. Maar ook over het leven. Diep. Af en toe afgewisseld door stiltes. In stilte vallende sterren aanwijzen. De maan zien opkomen uit zee. Het doet me wat. De zoute lucht die zich vastzet op je gezicht, een zilveren waas over de kabbelende golven. In spanning afwachten. En dan zijn ze daar plots. Als pluizige tennisballen worden ze onze netten in gekeild. Alsof ze vanuit zee met katapulten richting kust gekatapulteerd worden. Verrassend klein, met moeite passend in één hand. Schattig piepend. Soms je mouw volledig onderkotsend. Telkens dat gebeurt verspreid zich een penetrante, vissige geur. En er wordt met groot plezier naar uitgekeken. Met z'n drieën op de buik op de rotsen, kots in potjes lepelend. Gejuich wanneer een waterpissebed ontwaard wordt. Gekken zijn we. Plots stelt Rob me de vraag of ik ook een van de Stormvogeltjes wil ringen. Mijn hart roffelt. Even later zit ik over 'mijn' Stormvogeltje heen gebogen, nauwkeurig vleugels en poten metend. Ringetje rond de poot. Broedplek en leeftijd checken. Even ondersteboven de pot in voor 't gewicht. En dan mag ik het beestje een naam geven. Even weet ik niet goed wat gezegd. 'Marianne': krijg ik er na enkele seconden uit gestameld. Nog eens dertig seconden later zit ik naast 'mijn' Marianne op de rotsen. Een oogje in het zeil houdend bij de take off. En zoef, daar gaat ze, de donkere nacht in. De lange tocht richting Schotland verderzettend. Vastberaden om zich geen twee keer te laten vangen. Letterlijk.

Stormvogeltje ready for take off

De uren rijgen zich aan elkaar, de soundtrack wordt afgezaagd, de vermoeidheid slaat met mokerslagen toe. Ook 'Gloria', 'Amber' en 'Sara' kiezen het ruime sop. En plots wordt het licht aan de einder. Even snel als de netten opgezet werden verdwijnen ze alweer. Het team staat nog steeds paraat, zij het in iets minder frisse toestand. Een selfie bij de opgaande zon. Vijfentwintig vogels hebben we er uitgesleurd. Een topnacht. Op de terugweg wordt een voorraad Pasteis de Nata ingeslagen, terwijl de soundtrack van 'Into the Wild' door de auto galmt. Op een vreemde manier verbonden met elkaar. Uitgeput maar voldaan. Voelen dat je leeft. Geweldig...

Stormies dus. En het leven in Cruzinha 2.0. Tja, morgen is het voorbij en kan het gemis beginnen. En de verwerking van de vele leuke herinneringen. De gedeelde momenten, de herwonnen rust. Dankbaar. Het leven in Cruzinha 3.0? Dat kan alleen maar beter worden toch? Laten we er maar gauw aan beginnen. De nachtvlinderval staat aan vannacht. Werk aan de winkel dus. De plicht roept. Het bedje nog veel meer.

Slaapwel.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten